formedia we worden steeds socialer

formedia we worden steeds socialer

we worden steeds socialer

  • onderwijs
    • aanpak
    • casus
    • cv importer
    • interviews
    • onderzoek
    • presentaties
    • publicaties
  • gemeentes
    • aanpak
  • bedrijven
    • aanpak
  • over ons
    • aanpak
    • contact
    • events
    • producten
    • schoolpagina
    • team
    • vacature
  • blog
home » publicaties
  • Band voor het leven
  • De relatie gerichte aanpak
  • Tien geboden
  • Study of alumni

Een band voor het leven

De meeste kennisinstellingen in Nederland voeren een amateuristisch alumnibeleid. Dit blijkt uit onderzoek van de auteurs van ‘Een band voor het leven? Over de verhouding tussen kennisinstellingen en hun alumni’, Prof. dr. Geert Sanders (RuG) en Hans Hoornstra van FORMEDIA. Zij bouwen daarin voort op hun serie interviews en webcasts op ScienceGuide over zes casus, hoe het wél moet.

“Hoewel vrijwel alle universiteiten een alumnibureau hebben, worden er structureel te weinig middelen vrijgemaakt en onvoldoende FTE ingezet om aansprekende resultaten te kunnen verwachten. Zo is het aantal hogescholen dat een alumnibureau heeft, op één hand te tellen. Als een hogeschool al iets aan het contact doet, dan is dit vaak een verplicht nummer, opgelegd door de NVAO-kaders.”

Waarom hebben jullie dit boek geschreven?
Kennisinstellingen laten een gouden kans liggen omdat zij het contact met alumni niet op waarde schatten. Wij willen met deze publicatie een tegenwicht bieden aan de sceptici die stellen dat het succesvolle Amerikaanse alumnibeleid hier niet werkt. Het is een vaak gehoord geluid, dat bestuurders een excuus geeft om passief te blijven. Inderdaad, het Amerikaanse model moeten we niet klakkeloos overnemen, maar er liggen in Nederland wel degelijk zeer goede mogelijkheden om een zinnige relatie met alumni op te bouwen. Dit geldt voor alle typen kennisinstellingen en is dus niet enkel voorbehouden aan universiteiten. Het boek geeft beleidsmakers concrete handvatten voor de vraag: ‘hoe het alumnibeleid aan te pakken?’ Een dergelijk boek bestond er nog niet.

Is het echt zo slecht gesteld in Nederland ten aanzien van alumnibeleid?
Het is zondermeer een feit dat Nederlandse kennisinstellingen ondermaats presteren. Hoewel vrijwel alle universiteiten een alumnibureau hebben, worden er structureel te weinig middelen vrijgemaakt en onvoldoende FTE ingezet om aansprekende resultaten te kunnen verwachten. Zo is het aantal hogescholen dat een alumnibureau heeft, op één hand te tellen. Als een hogeschool al iets aan het contact met alumni doet, dan is dit vaak een verplicht nummer, opgelegd door het Nederlands - Vlaams Accreditatie Orgaan.

Een groot aantal kennisinstellingen beschouwt zijn studenten als toevallige passanten en niét als reizigers, met wie zij een band voor het leven zouden kunnen opbouwen. Wij laten in het boek zien hoe een kennisinstelling een belofte aan haar student kan doen, die de kiem bevat voor een band voor het leven. Hiervoor is van de kant van de student wél de houding van een grote studie-inzet vereist; en van de kant van de instelling een voortdurende aandacht voor de wijze waarop de student zich ontwikkelt en waarop deze vorderingen maakt. Zo wordt een studie de ‘reis van de student’ waarin de kiem wordt gelegd voor ‘een band voor het leven’. Maar wat zien wij als de gangbare praktijk in ons land? Studenten ‘snacken’ nog onderwijs als een kroket uit de muur. Wanneer instellingen hun houding in deze veranderen, zal dit meer binding tussen instelling en student bewerkstelligen.

Wat is het belang van alumni voor kennisinstellingen in de toekomst?
Het belang van alumnibeleid verschilt natuurlijk per type onderwijs. In algemene zin kun je echter stellen dat onderwijsinstellingen voor hun overleving de komende decennia steeds sterker afhankelijk zullen worden van de kwaliteit van hun netwerk. Kennisinstellingen zullen zich dus meer moeten omvormen tot extraverte netwerkende organisaties, die steeds actiever op zoek zullen gaan naar samenwerking met bedrijven en instellingen. In deze netwerken is uiteraard een wezenlijke rol voor alumni weggelegd!

Alumnibeleid is vooruitzien. Een eenvoudige rekensom leert dat een middelgrote instelling (van c.a. 8.000 studenten) die vandaag begint met alumnibeleid, in 2025 over een leger kan beschikken van zeker 35.000 betrokken alumni. Het spreekt voor zich dat van zo’n groep alumni een enorme marketingkracht uitgaat. Door een goede band met alumni kunnen kennisinstellingen doelen realiseren op het terrein van:

1. het ambassadeurschap van alumni;
2. een leven lang leren;
3. de participatie van alumni in het curriculum;
4. de terugkoppeling op het onderwijs in het kader van kwaliteitsmanagement;
5. het werving van stageplaatsen;
6. jobmatching en
7. het werven van fondsen.


Wat zijn de belangrijkste aanbevelingen die jullie in de publicatie doen?
Wij hebben acht aanbevelingen geformuleerd. Hieronder de meest opvallende.

Aanbeveling 1: start niet zonder ‘commitment’ van bestuurders.
Krijgt u de taak toebedeeld om het alumnibeleid van uw instelling op te zetten, vraag dan minimaal om een ‘commitment’ van drie jaar om een proefproject op te zetten. Dit is een absoluut minimum.

Aanbeveling 2: doe een nulmeting.
Doe intern onderzoek en bevraag alumni naar hun verwachtingen. Voordelen van een uitgebreide nulmeting zijn:

- Het is na de nulmeting vrijwel onmogelijk om niét strategisch te werk te gaan.

- Het doen van de nulmeting draagt op zichzelf bij aan het creëren van draagvlak, zowel bij alumni, als intern bij
  medewerkers alsook bij de andere bevraagde ‘stakeholders’.

Aanbeveling 3: start met alumnibeleid tijdens de opleiding.
Vaak horen studenten pas voor het eerst over ‘alumni’ en over het feit dat zijzelf alumni worden, op het moment dat ze vertrekken, namelijk tijdens de uitreiking van de bul. Als u het enkel van dit moment moet hebben, dan bent u te laat. Studenten moeten tijdens hun studie op heel vanzelfsprekende en functionele wijzen in contact komen met alumni en met het ‘alumni office’.

Aanbeveling 4: breng alumni en andere ‘stakeholders’ in contact met elkaar.
Alumnirelaties vormen geen traditioneel Customers’ Relations Management vraagstuk. Goed alumnibeleid is erop gericht om alle ‘stakeholders’ van de instelling op intelligente wijze met elkaar in contact te brengen, waarbij de moderne kennisinstelling fungeert als spin in het web.

De publicatie ‘een band voor het leven?, over de verhouding tussen kennisinstellingen en hun alumni’, wordt gepubliceerd bij gelegenheid van het afscheid van Geert Sanders van de Rijksuniversiteit Groningen als directeur van de Stichting Ubbo Emmius Fonds voor relatiebeheer en fondswerving, en als hoogleraar Organisatiekunde aan de Faculteit Bedrijfskunde.

De inhoudsopgave van de publicatie:
Voorwoord : Jan Zegering Hadders: bestuurslid Stichting Ubbo Emmius Fonds van de Rijksuniversiteit Groningen en directievoorzitter ING Nederland.

1. Inleiding
2. Actuele opgaven voor de leiding van kennisinstellingen
3. Het strategisch belang van alumni
4. Alumni: de laatste schakel van een keten
5. Het voortraject: de reis van een student
6. Hoeveel alumni heeft u in 2025? Een verkenning bij zes kennisinstellingen met betrekking tot hun verhouding met hun alumni

Casus 1: Universiteit Maastricht
Casus 2: Hogeschool Zuyd
Casus 3: ROC Koning Willem I College
Casus 4: Christelijke Hogeschool Ede
Casus 5: Katholieke Universiteit Leuven
Casus 6: Rijksuniversiteit Groningen

7. Typen van engagement tussen kennisinstellingen en hun alumni
8. Praktische aanbevelingen
Literatuur

Bestellingen
De publicatie kost 12 euro inclusief verzending en is te bestellen door:

1. Stuur een e-mail naar: info@formedia.nl, met als onderwerp bestelling ‘Een band voor het leven?’. Vermeld het aantal publicaties, uw naam en het adres van uw instelling.
2. Kosten: 12 Euro (per publicatie). U krijg de factuur ingesloten bij de verzending.

 

Fondsenwerven: de relatie gerichte aanpak

Samenvatting
Privatisering, marktwerking en een zich terugtrekkende overheid... De laatste jaren is iedereen aan deze ontwikkelingen gewend geraakt. Het gevolg is dat zowel personen als organisaties in toenemende mate hun eigen boontjes moeten doppen. Voor algemeen-nut-instellingen wordt daarom het werven van fondsen steeds belangrijker. Maar hoe gaat fondswerving eigenlijk precies in zijn werk?

Met 'Fondsen werven: de relatiegerichte aanpak' heeft Geert Sanders een praktische handleiding geschreven voor iedereen die betrokken is bij het werven van fondsen. Op overtuigende en inzichtelijke wijze laat hij zien dat fondswerving veel meer is dan alleen het vragen om geld. Fondswerving kan pas succesvol zijn als engagement ontstaat tussen gever en ontvanger en wanneer dit engagement vervolgens goed wordt onderhouden. Aan het werven van fondsen gaat het werven van vrienden vooraf.

Het boek bestaat uit vier delen. Na een verkenning van de achtergronden van het relatiegericht fondsen werven worden de belangrijkste pijlers van een systematische fondswervingsaanpak beschreven. Dit gebeurt aan de hand van zeven regels, waarbij telkens de theorie en de praktische uitwerking ervan aan de orde komen. Vervolgens laat Sanders zien hoe binnen algemeen-nut-instellingen draagvlak kan worden gecreëerd voor het succesvol beoefenen van relatiegerichte fondswerving. Het vierde deel bevat de conclusies en een reeks van praktische aanbevelingen.

'Fondsen werven' biedt een helder overzicht van een terrein dat sterk in ontwikkeling is en bevat tal van verrassende inzichten en praktische tips. Daarmee vormt het een onmisbare handleiding en inspiratiebron voor alle leidinggevenden, stafmedewerkers, bestuursleden, vrijwilligers en natuurlijk fondswervers die werken voor algemeen-nut-instellingen.

Prijs: 24.90 EURO
Auteur: Prof. Dr. Geert Sanders
Hier bestellen

 

De tien geboden van Fondsenwerven

Samenvatting
Er is geen universiteit of hogeschool in de Europese Unie waar 'fondsenwerving vanuit filantropische bronnen' niet op de agenda staat. Fondsenwerving is immers als prioriteit opgenomen in de moderniseringsagenda van de Europese Commissie in 2005. De toekomst is aan universiteiten en hogescholen die vanuit een proactieve en ondernemende opstelling op zoek gaan naar alternatieve bronnen van financiering. Dit volgens mechanismen van afrekenbaarheid op geleverde prestaties.

Met 'De tien geboden van fondsenwerving: een Europees perspectief voor universiteiten en hogescholen' schetst Geert Sanders de agenda voor universiteiten en hogescholen die duurzaam succesvol op het terrein van fondsenwerving willen zijn. Hiervoor baseert hij zich op de inzichten van een Europese expertgroep waaraan hij in de loop van 2006 en 2007 heeft deelgenomen.

Het boek bestaat uit vier delen. Na een verkenning van de Europese context, worden verschillende modellen van fondsenwerving door universiteiten in kaart gebracht en met elkaar vergeleken. Daarna worden de tien geboden behandeld met hierbij talrijke voorbeelden uit de praktijk. Er wordt nadrukkelijk ingegaan op de benodigde kwaliteit van het leiderschap aan universiteiten; op de noodzaak van transparante management- en accountingpraktijken; en op het belang van een toenemende autonomie van universiteiten. Ook komt de rol die er voor de nationale en de Europese overheden is om filantropisch gedrag te bevorderen, nadrukkelijk aan de orde. Het vierde deel bevat enkele eerste praktische implicaties die De tien geboden van fondsenwerving al heeft opgeleverd.

Prijs: 19.95 EURO
Auteur: Prof. Dr. Geert Sanders
Hier bestellen

 

The study of alumni
Professional success, commitment of the university, and the role of the academic learning environment.

Samenvatting
Door de snelle ontwikkelingen van de kenniseconomie krijgen universiteiten in toenemende mate te maken met onderlinge competitie. In verschillende rankings wordt gekeken naar welke universiteit ‘de beste’ is. Hierbij spelen indicatoren als een aangename leeromgeving, hoge rendementen en een goede aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt een rol. Wat betreft het laatste gaat het erom dat afgestudeerden bij de start van hun loopbaan, maar ook in het vervolg van hun carrière, over voldoende kennis beschikken, zowel vak-specifieke kennis als algemeen-academische kennis. Ook spelen vaardigheden hier een belangrijke rol, zoals communicatieve vaardigheden (mondeling, schriftelijk, maar ook het kunnen werken met moderne technologische middelen), sociale vaardigheden en vakspecifieke vaardigheden. Over de inhoud en het niveau van de kennis en de vaardigheden van afgestudeerden hebben werkgevers verwachtingen. Voor universiteiten is het belangrijk in te kunnen spelen op deze verwachtingen. Immers, als een universiteit in staat is studenten zodanig op te leiden dat zij snel na afstuderen aan het werk kunnen, zal dit ten goede komen aan een positief imago onder toekomstige studenten. Dit positieve imago wordt ook versterkt naarmate afgestudeerden succesvoller zijn in hun carrière. Dit betekent dat het voor universiteiten belangrijk is te weten hoe de aansluiting tussen onderwijsprogramma’s en de eerste fase van de loopbaan verliep en op welke wijze de universiteit invloed kan hebben op het carrièresucces van haar afgestudeerden. Op basis van deze informatie kunnen universiteiten hun programma’s verbeteren teneinde hun studenten met de juiste bagage succesvol over te kunnen dragen aan de arbeidsmarkt.

Hoe krijgen universiteiten informatie over de loopbanen van hun afgestudeerden? En hoe krijgen universiteiten inzicht in de aansluiting tussen hun programma’s en de verwachtingen die werkgevers hebben over de kennis en vaardigheden van afgestudeerden? Hier spelen de afgestudeerden zelf een belangrijke rol. Zij kunnen beoordelen in hoeverre hun opleiding heeft bijgedragen aan een goede start op de arbeidsmarkt. Daarbij kunnen zij hun alma mater informeren over de relatie tussen hun loopbaan, de kwaliteit van de onderwijsprogramma’s en hetgeen zij geleerd hebben tijdens hun opleiding. Echter, de bereidheid van afgestudeerden om universiteiten deze informatie te geven zal afhangen van hun betrokkenheid bij de universiteit. Juist vanwege het toenemende belang van gegevens over de aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt is de betrokkenheid van alumni een belangrijke issue geworden. Ondanks dat wordt in Europa amper onderzoek gedaan naar hoe universiteiten de betrokkenheid van alumni kunnen stimuleren. Een andere situatie doet zich voor in de Verenigde Staten. Doordat daar een groot aantal universiteiten financieel sterk afhankelijk is van donaties, is interesse ontstaan naar verklarende factoren van de bereidheid van alumni om hun universiteit financieel te steunen. In Europa kennen we deze traditie niet in die mate. Wel is er toenemende aandacht vanuit de kringen van bestuurders en beleidsmakers voor het vinden van nieuwe financiële bronnen, omdat de overheidsbijdragen steeds lager worden. Echter, alumni worden niet alleen gezien als potentiële financiële donoren. Universiteiten zien alumni ook steeds meer als ambassadeurs van hun instelling, die een positief imago kunnen uitdragen en daarmee nieuwe studenten kunnen aantrekken. Juist vanwege deze aandacht voor afgestudeerden is onderzoek naar de verklarende factoren van betrokkenheid van alumni bij hun universiteit hoognodig.

De studies in dit proefschrift gaan in op zowel de relatie tussen leeromgevingen en carrièresucces als de relatie tussen de studietijd en de betrokkenheid van alumni bij hun universiteit. De studies die beschreven staan in Hoofdstuk 2 en 3 zijn uitgevoerd om te onderzoeken hoe de leeromgeving invloed heeft op de ontwikkeling van de kennis en competenties die afgestudeerden nodig hebben in de beroepspraktijk. Om dat te bereiken is een model getest dat de relaties weergeeft tussen carrièresucces en kenmerken van de leeromgeving. De studies in dit model gaan in op de wijze waarop carrièresucces verklaard wordt door de studieresultaten van studenten, hun leerproces en de kwaliteit van de leeromgeving. In Hoofdstuk 4 wordt een studie beschreven over de effecten van de leeromgeving op het ontwikkelen van beroepscompetenties. Daarbij zijn de competenties van afgestudeerden uit twee verschillende leeromgevingen vergeleken, namelijk probleemgestuurd onderwijs en conventioneel onderwijs. Het gaat daarbij in het bijzonder om de effecten van de leeromgevingen op de mate waarin afgestudeerden bepaalde algemene beroepscompetenties beheersen. Hoofdstuk 5 bevat twee studies waarin een model is getest over invloed van de leeromgeving en de studietijd op de betrokkenheid van alumni bij hun universiteit.

Prijs: 27.00 EURO
Auteur: Lyanda Vermeulen-Kerstens
Hier bestellen

 

nieuwste blogs

Wetenschappers en Social Media »
Social media als universitaire lijm »
Succesvolle intervisie bijeenkomst Utrecht »
lees alle blogs >>
 

nieuwsbrief

meld je aan voor de nieuwsbrief:

 

contact

  • spreek direct met één van onze medewerkers
  • bel mij nu

info@formedia.nl
T 0031 – (0)43 362 62 88
F 0031 – (0)43 362 62 89

postadres

FORMEDIA
postbus 5038
6202 WD Maastricht

bezoekadres

St. Maartenslaan 26 unit 20
6221 AX Maastricht

laatste tweets

9 hours 48 min ago — Het #NCOSM heeft bijdragen van de HAN, Radboud, NHL, Inholland, Zuyd, TU Delft, VU, OU en de SURFacademy #trots http://t.co/5GdkhJiQ
16 hours 38 min ago — Laatste spreker vastgelegd voor het #NCOSM. Het is: @KBIRI. Nu als een spreer de brochure maken :)

volg ons op twitter »

formedia - we worden steeds socialer